aanmelden nieuwsbrief

Provincie kiest als ‘terreinknecht' en ‘supercoach’ voor onderwijs

17-02-2011
TILBURG - Debatleider en voorzitter van het College van Bestuur van Fontys Hogescholen Marcel Wintels hoopte op een debat waarin tien politieke partijen zich ‘vurig zouden laten horen'. Hij en tachtig belangstellenden kwamen niet bedrogen uit. Brabantse politici gingen tijdens het Brabants Debat bij de Fontys Bestuursacademie in Tilburg fel in op drie stellingen die te maken hebben met de Provinciale Statenverkiezingen op 2 maart.

 

Rol van de provincie

De rol van de provincie stond in eerste instantie centraal. ‘Heeft het provinciale bestuur nog wel een toekomst?' Marcel Boogers, hoofddocent bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, zag daar nog wel heil in. Hij kreeg de PVV, Christen Unie (CU) en 50PLUS tegenover zich. De partijen stelden dat de rol van de provincie ‘minder groot is dan gedacht'. Vooral Alexander van Hattem van de PVV had hierover een duidelijk standpunt: "Er moet een grote streep door de provincie worden gezet."

 

Andere politici reageerden wat terughoudender. Zij vroegen zich vooral af welke rol de provincie moet vervullen: van provincie als ‘terreinknecht' die faciliteert, tot provincie als ‘supercoach' die de lijnen uitgebreid uitzet. Een gezamenlijke conclusie kwam er niet. "Kan ik dit samenvatten? Nee, dat kan ik niet", oordeelde Wintels over de in eerste instantie ietwat warrige discussie.

 

Brabant als onderwijsprovincie

Het was tijd dieper de materie in te duiken. Philip Eijlander, rector Magnificus aan de Universiteit van Tilburg, leidde het onderwijsonderwerp in via de stelling ‘de provincie moet investeren in de samenwerking met het Brabants Onderwijs bij campusontwikkeling, toponderwijs, internationalisering en ondernemerschap'. Hijzelf is daar groot voorstander van en werd op zijn wenken bediend door de aanwezige politici. De partijen plaatsten dan wel kanttekeningen, in grote lijnen waren zij het met Eijlander eens: "Ja, we moeten investeren."

 

Paul Smeulders van GroenLinks: "We kunnen globalisering niet tegen gaan, daar kunnen wij niks tegen doen. Wel is het onze taak de ogen niet te sluiten, anders krijg je eenzelfde situatie als bij MSD Organon in Oss. Als wij investeren, halen we the top of the World naar Brabant en houden wij die mensen hier." CU, PvdA en D66 betrokken niet alleen het universitair en hbo onderwijs bij de discussie. "Juist ook voor studenten die onderwijs volgen op het vmbo en mbo moeten plannen worden gemaakt. We moeten de verbindingen tussen deze onderwijsniveaus verbeteren."

 

Ook bij het onderwerp ‘toekomst van de arbeidsmarkt' ging het vooral over het onderwijs. Inleider Leo Dubbeldam, secretaris van SER Brabant, noemde onderwijs ‘de voedingsbodem van de arbeidsmarkt'. Hoe economie, arbeid en onderwijs het beste met elkaar kan worden verbonden, was de hamvraag. Nico Heijmans namens de SP: "Wij kunnen wel veel willen, maar juist ondernemers moeten willen samenwerken met onderwijsinstellingen. Wij kunnen hen niet dwingen."

 

En zo ging het dus vooral over provincie overstijgende onderwerpen. Smeulders was hier duidelijk over: "De verkiezingen zijn er juist om over het kabinetsbeleid te oordelen." Wintels: "Wat landelijke onderwerpen betreft is een duidelijke verdeling te zien. Op Brabants niveau zijn de verschillen tussen partijen niet zo groot, zit iedereen redelijk dicht bij elkaar. Feit is dat onderwijs in Brabant een heel belangrijk onderdeel is van de verkiezingsprogramma's."

 

Namens de verschillende partijen namen deel aan het Brabants Debat: Paul Smeulders (GroenLinks), Antoinette Knoet (PvdA), Marusjka Lestrade (D66), Alexander van Hattem (PVV), Hermen Vreugdenhil (CU), Nico Heijmans (SP), Brigite van Haaften (CDA), Marco van der Wel (Partij van de dieren), Henk krol (50PLUS) en Martijn van Gruijthuijsen (VVD).

< terug