aanmelden nieuwsbrief

Peter Castenmiller: Het Statler & Waldorfsyndroom van Rekenkamers

16-09-2010
Bij hun introductie konden lokale rekenkamers zelden op enthousiasme rekenen. De wetgever moest een rekenkamerfunctie verplicht stellen, anders had menige gemeente daarvan afgezien. Het kostte alleen maar geld en het gaf alleen maar gedoe.

Lokale rekenkamers hebben niet veel gedaan om zich geliefd te maken. In een overdrijving van hun onafhankelijkheid en in een benadrukking van hun hoge intellectuele kwaliteiten produceerden ze hooguit één of twee rapporten per jaar. Bovendien konden sommige rekenkamers een belerende toon niet onderdrukken.
Ik zou willen stellen dat rekenkamers wat te lijden hebben van een ‘Statler & Waldorfsyndroom', vernoemd naar de twee oude baasjes in de Muppetshow, die vanaf hun ver boven de zaal verheven balkon het gebodene scherp en tegelijkertijd inventief bekritiseren.
Ze hebben meestal gelijk, ze zijn hilarisch, hun kritiek is dodelijk. Alleen, het heeft geen enkele invloed op de show. De Muppets zelf hebben zich bekwaamd in het negeren van de oude mopperaars, met uitzondering van de kwetsbare en gevoelige Fozzy die nog wel eens verbolgen met ze in discussie wil gaan. Dat leidt er alleen maar toe dat hij nog eens extra gefileerd wordt.
Menige lokale rekenkamer lijkt niet alleen wat personele samenstelling betreft sterk op Statler en Waldorf, de kritiek is evenzeer vaak terecht, spitsvondig en sterk. Toch blijft de directe invloed van rekenkamers op het verbeteren van de effectiviteit en efficiency van het lokale bestuur beperkt.
Hoe zouden lokale rekenkamers zich nu kunnen ontworstelen aan hun Statler & Waldorfsyndroom? Wat is er voor nodig dat rekenkamers niet alleen een inhoudelijke, maar vooral een geaccepteerde bijdrage kunnen gaan leveren aan de efficiency en effectiviteit van het lokale beleid?

 

Peter Castenmiller is lector bestuurskracht en innovatie aan BAZN de bestuursacademie.

< terug