aanmelden nieuwsbrief

Peter Castenmiller: Stemmen moet slimmer en betrouwbaar

10-06-2010

Het moet toch mogelijk zijn om zo'n voor het democratisch proces belangrijk ritueel als stemmen beter te organiseren. Ook het potlood blijkt feilbaar.

 

door Peter Castenmiller, lector BAZN de bestuursacademie 

 

Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de stembussen op 9 juni nog niet gesloten. Deze column gaat dus niet over de uitslag, niet over de mogelijke coalities, niet over de formatie. De column gaat over de verkiezingen zelf.

Enige tijd terug is besloten dat de stemcomputers in de kelders van de gemeentehuizen kunnen blijven roesten, en dat het rode stempotlood weer aan zet was. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen leidde dat niet alleen, in combinatie met de sluitingstijd van 21.00 uur, tot vreselijk late uitslagen, bovendien bleken er de nodige misstanden. De verhalen uit Rotterdam spanden de kroon, maar ondertussen is wel gebleken dat in menige andere grote gemeente (Emmen, Amsterdam) de procedure niet van een leien dakje is verlopen.

Voor de Tweede Kamerverkiezingen zijn vergaande maatregelen genomen om te voorkomen dat er in de stembureaus nog maar iets fout zou gaan. Opfriscursussen voor stembureauleden, toezichthouders en extra bemensing. Verder werd Nederland verblijd met een delegatie van de OVSE die zich eveneens van de correctheid van de verkiezingen kwam overtuigen.

 

Fouten
Voor zover ik vandaag de berichten heb kunnen volgen, is er weinig fout gegaan, behoudens dat de stembussen al snel uitpuilden (advies van de Kiesraad: ‘Stampen!'). De vraag is of daarmee een zuivere uitslag is gegarandeerd. Hoe ongewenst taferelen als ‘hulp bij het stemmen' en ‘twee of meer mensen in een stemhokje' ook zijn, het is weinig waarschijnlijk dat hierdoor mensen wezenlijk anders gaan stemmen.

Maar er zijn veel forsere, meer structurele omstandigheden die de uitslag flink kunnen beïnvloeden. Zo worden oproepkaarten verspreid op basis van de GBA, maar - vooral in grote steden - is de GBA ‘vervuild' en bereiken vele oproepkaarten nooit de juiste personen.

 

Computers
Goed, het gebruik van stemcomputers was inderdaad twijfelachtig, niet eens zozeer vanwege de onwaarschijnlijke mogelijkheid dat mensen voor hun plezier de hele dag naast een stembureau zouden proberen te ontdekken of iemand op een partij stemde met een diakritisch teken in de naam. Maar het was een veel groter probleem dat oncontroleerbaar was of de uitslag die een stemcomputer uiteindelijk uitspuugde de juiste was.

Maar als je er nu eens vanuit zou gaan dat de computer correct telde, dan wist je daarna tenminste zeker (en snel!) wat de definitieve uitslag was. Een computer maakt tenminste geen optelfouten.  Mijn goede kennis Joost Smits heeft zich in de afgelopen weken verdiept in de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van Rotterdam, en zijn analyses laten zien dat om allerlei redenen er van alles fout gaat bij de handmatige tellingen en de verwerking van de uitslagen.

Optelfouten, verwisselen van stapels, verkeerd invoeren van stembureaus, het is gewoon allemaal voorgekomen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Rotterdam daarin uniek is. Oftewel, in alle gemeenten zullen er tel- en invoerfouten worden gemaakt.

 

Vertrouwen
De pakkende slogan van de tegenstanders van de stemcomputers was: "wij vertrouwen de computer niet." Maar nu blijkt dat er ook weinig reden is om mensen te vertrouwen, niet zozeer vanwege bewuste misleiding, maar domweg omdat mensen feilbaar zijn.

We leven al tien jaar in de 21ste eeuw. Het moet toch mogelijk zijn om zo'n voor het democratisch proces belangrijk ritueel als stemmen beter, slimmer en betrouwbaar te organiseren

< terug