Collegeonderzoeken, leergang


Praktische informatie
Waarom
Wie
Wat
Programma
Competenties
Extra informatie
Incompany

Praktische informatie

In artikel 213a van de Gemeentewet (217a van de Provinciewet) is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders (Gedeputeerde Staten) periodiek onderzoek moet verrichten naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur. In het vervolg staat steeds gemeente maar wordt ook provincie bedoeld. Van de bevindingen doet het college schriftelijk verslag aan de raad, die de onderzoeksregels heeft opgesteld. Een afschrift van het verslag gaat naar de rekenkamer, die door het college op de hoogte is gebracht van de onderzoeken. Verder hebben de gemeenten te maken met een aangescherpte accountantscontrole, waarbij de zogenaamde "getrouwbeeldverklaring” wordt uitgebreid met een expliciet te vormen oordeel over de rechtmatigheid. In deze cursus komen de raakvlakken aan de orde op grond van artikel 213a heeft met de accountantscontrole en de rekenkameronderzoeken. Het college stelt jaarlijks een onderzoeksprogramma vast.

Veel organisaties denken erover onderzoeksmedewerkers op te leiden, zodat zij zelf de onderzoeken kunnen doen.

Drie belangrijke onderwerpen in de leergang zijn:

  • benodigde kennis voor het kwalitatief goed uitvoeren van onderzoeken;
  • vereiste vaardigheden daarvoor verkrijgen;
  • welke houding draagt het meest bij aan een bruikbaar onderzoek.

Tijdsduur

10 dagdelen

Niveau

hbo/hbo+

Prijs

Uitsluitend incompany

Docent

Dhr. Henk Krijger
Directeur WKG & Partners organisatieadviseurs

Meer informatie bij

Sabine van Ierland, 08850-86948 of s.v.ierland@bazn.nl


Waarom

Het doel van de leergang collegeonderzoeken is samengevat in onderstaande punten:

  • Actuele kennis opdoen over collegeonderzoeken.
  • Het kunnen opstellen van een goed onderzoeksplan en onderzoeksopzet.
  • Een goede invulling kunnen geven aan het opdrachtgever-opdrachtnemerschap.
  • In teamverband volgens een gesystematiseerde aanpak een onderzoek of doorlichting uit kunnen voeren.
  • Op een onafhankelijke manier kunnen rapporteren over het uitgevoerde onderzoek of doorlichting.
  • Het verkrijgen van inzicht in een juiste manier van vragen stellen en communiceren.
  • Inzicht verkrijgen in de rol en houding van een onderzoeker.
  • In de praktijk oefenen met het uitvoeren van een dergelijk onderzoek of doorlichting.


Wie

Voor medewerkers die in het kader van het collegeonderzoeksprogramma of een organisatieonderzoekprogramma een rol gaan vervullen. Functionarissen als controllers, planning- en controlmedewerkers, bedrijfsvoeringconsulenten, medewerkers kwaliteitszorg, interne onderzoekers etc. vormen de doelgroep. Deze functionarissen kunnen werkzaam zijn op afdelingen als Planning & Control/Bedrijfsvoering, een middelenafdeling zoals Financiën, Personeel en Organisatie, informatievoorziening. Ook medewerkers van beleidsafdelingen behoren tot de doelgroep.


Wat

In ieder blok zit naast een onderdeel onderzoeksmethodiek ook punten ten behoeve van persoonlijke effectiviteit. De leergang heeft een interactief karakter. Theorie en discussie worden afgewisseld met opdrachten uit de praktijk van de verschillende gemeenten. Het streven is er voor te zorgen dat iedereen hetzelfde beeld heeft van onderzoeken (artikel 213a) en over de benodigde instrumenten beschikt. Onderdeel van de leergang is een zelf uit te voeren onderzoek op grond van artikel 213a van de gemeentewet.  Na de leergang wordt een certificaat uitgereikt.

De eindopdracht kan bestaan uit een presentatie van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.


Programma

Hieronder staat het programma van de leergang verdeeld over tien dagdelen. Het programma kan altijd worden aangepast aan de wensen van de deelnemers, wat zal blijken uit de voorbereidende gesprekken. De leergang is verdeeld over drie blokken.

Blok I (twee dagdelen):
1. Functie van de collegeonderzoeken
2. Plaats in het geheel van duaal stelsel en de financiële functie
3. Hoe ga je om met deze onderzoeken
4. Analyse van de verordening op de collegeonderzoeken
5. De relatie met de rechtmatigheidtoets en de rekenkameronderzoeken

Blok II (vier dagdelen):
1. De manier waarop de onderzoeken moeten worden gepositioneerd binnen de bedrijfsvoering bij gemeenten
2. Hoe passen de onderzoeken in de P(lan), D(o), C(heck), A(ct) cirkel, het INK-managementmodel en Respons
3. Functie van het onderzoek
4. Verdeling van verantwoordelijkheden rondom het onderzoek
5. Verschillende soorten onderzoeken en naar wat zijn de te onderzoeken onderwerpen
6. Het opzetten van een onderzoeksprogramma
7. Hoe krijg je draagvlak voor het programma
8. Goede afspraken maken, hoe doe je dat
9. Vervaardigen van een onderzoeksopzet

Blok III (vier dagdelen):
1. Het starten van een onderzoek:

  • Planning, Aanpak, Betrokkenen, Derden inschakelen
2. Stappen in het onderzoek:
  • Start, Inventarisatie (meetkader tot analyse en oordeel), Rapportage, Presentatie, Effectueren/implementeren van de onderzoeksresultaten
3. Rol en houding van de onderzoeker
4. Hoe ga je om met je materiaal en de bronnen (mensen) en hoe houd je de lijn vast
5. Vaardigheden bij het onderzoek (interviewtechniek, actieonderzoek, ordenen)
6. Rapporteren en presenteren


Competenties

  • Lerend vermogen: binnen het vakgebied opnemen en uitwerken van ontwikkelingen en deze praktisch toepassen.
  • Analyseren: signaleren van problemen en vragen, herkennen van belangrijke informatie en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens, oorzaken van problemen en achtergronden.
  • Problemen oplossen: signaleren van problemen en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen oplossen.
  • Plannen & organiseren: bepalen van prioriteiten en het aangeven van de benodigde actie, tijd en middelen om gegeven doelstelling te bereiken. Zaken conform planning in beweging zetten.


Extra informatie

Subsidie via A+O Fonds

Als u in het verleden een opleiding heeft afgerond op het niveau basisonderwijs, LBO, Mavo of VMBO óf als u ouder bent dan 55 jaar, dan kunt u voor uw cursus of opleiding een subsidie ontvangen via de Scholingsregeling Inzetbaarheid van het A+O Fonds. In het kader van deze regeling wordt 50% van de kosten van een opleidingstraject vergoed tot een subsidiebedrag van maximaal 1.500 euro, zolang er budget voor deze regeling beschikbaar is. Voorwaarde is dat u de aanvraag van de subsidie vóór aanvang van de cursus of opleiding indient en de cursus of opleiding minimaal 10 dagdelen duurt.

Meer informatie kunt u vinden op http://www.groeienbijgemeenten.nl/


Incompany

De leergang 'Collegeonderzoeken’ wordt uitsluitend incompany georganiseerd voor een geheel naar keuze van de opdrachtgever samengestelde cursusgroep. U ontvangt op verzoek een op uw specifieke wensen toegesneden offerte, waarin een kostenopgave is opgenomen.